Gezond opvoeden
Praten met je kind
Gezond opvoeden
Praten met je kind
Gezond opvoeden
Praten met je kind
Gezond opvoeden
Praten met je kind
Gezond opvoeden
Praten met je kind
Gezond opvoeden
Praten met je kind

Praten met je kind

Hoe je de verschillende gezondheidsthema's aan bod kan laten komen in een gesprek, lees je in de themadossiers. Wist je dat je door te praten je kinderen kan ondersteunen bij het versterken van zelfvertrouwen, sociale vaardigheden en het omgaan met problemen en tegenslagen?

Ontdek enkele tips om hiermee aan de slag te gaan. Misschien pas je zelf andere technieken toe? Ouders doen al heel wat en bovendien is elk gezin en elk kind verschillend. De lijst met tips is dus zeker niet volledig!

Praten en werken aan zelfvertrouwen

De basis om een sterk gevoel van zelfvertrouwen te ontwikkelen, is een warme en liefdevolle band opbouwen met je kind. Je kan niet genoeg tonen en zeggen dat je hem of haar graag ziet! Ook het geven van welgemeende complimentjes kunnen het zelfvertrouwen een boost geven. Een complimentje omdat het huiswerk flink werd gemaakt, omdat je dochter op tijd thuis was na een fuif of gewoon zomaar!

Praten en sociale vaardigheden aanleren

Omgaan met andere mensen, daar hoort meestal praten bij. Ook in de opvoeding is met elkaar in gesprek gaan belangrijk: een lastige babbel met je puber, je kinderen over hun dag laten vertellen of regels en straffen bespreken. Wist je dat je via een gesprek de sociale vaardigheden van je kind kan versterken?

  • Wat doet je zoon als er ruzie ontstaat?
  • Houden jouw kinderen gemakkelijk rekening met anderen?
  • Weet je hoe jouw dochter omgaat met groepsdruk?
  • Voelen je tieners zich op hun gemak in een grote groep?

Door met je kinderen te praten over hun contacten en relaties met anderen, toon je interesse in hun leefwereld. Kinderen die regelmatig hun sociale ervaringen bespreken, ontwikkelen sterkere sociale vaardigheden. Al doende leren ze een gesprek aangaan, luisteren en gedachten en gevoelens verwoorden. Je hoeft hiervoor zeker geen speciaal moment uit te kiezen. De contacten met vrienden, klasgenoten, familieleden of toevallige voorbijgangers kan je evengoed tussendoor bespreken. Net zoals je praat over andere gebeurtenissen van de dag.

Bovendien krijgen kinderen door te praten over ruzies, lastige of gênante situaties en hoe ze ermee omgaan de kans om deze sociale situaties uit een ander perspectief te bekijken. Kinderen leren zo rekening houden met de gevolgen van wat ze zeggen en doen. Denk samen luidop na over de volgende stappen en over de gevoelens, gedachten en noden van zowel je kind als van de anderen betrokken bij de situatie. Worden je kinderen ouder? Geef hen dan meer ruimte om zelf tot een oplossing te komen. Speel coach en voorkom dat je hulp wordt aanzien als gepreek. Oprecht luisteren en luidop nadenken over mogelijke acties of gevolgen zonder het zelf beter te weten, kunnen hierbij helpen. De uiteindelijke beslissing laat je best over aan je zoon of dochter, daar leren ze het meeste van.

Hoe deze tips toegepast kunnen worden, lees je in volgende getuigenis.

Praten en omgaan met problemen en tegenslagen

Wist je dat je door te praten je kinderen leert om zelf problemen op te lossen? Je kan samen problemen bespreken, leren om emoties te benoemen en om zichzelf moed in te spreken.

Problemen bespreekbaar maken

Door te luisteren naar de zorgen en moeilijkheden van je kinderen zonder meteen kritiek te geven, voelen ze zich beter begrepen. Daarnaast is het ook belangrijk dat ze zelf leren nadenken over problemen en oplossingen. Dit kan door samen problemen te bespreken: 

  • Stel open vragen. Begin je vragen met ‘hoe’ of ‘wat’. Vragen die starten met ‘waarom’ vragen van kinderen een flinke dosis zelfreflectie of inzicht in wat er in je binnenste omgaat. Bij jonge kinderen is dit vaak nog onvoldoende ontwikkeld. Bij oudere kinderen nodigen ‘waarom’-vragen minder uit tot een gesprek en lokken ze weerstand uit. Zo komt ,,hoe komt het dat je te laat thuis was?”  minder beschuldigend over dan ,,waarom ben je nu weeral te laat?” waardoor je kind zich vrij voelt om het volledige verhaal te doen. Vermijd ook vragen waarop enkel met ja of neen geantwoord kan worden, of meerkeuzevragen. Ze nodigen niet uit om veel te vertellen.
     
  • Bespreek en benoem gevoelens. Hoe voelt je kind zich bij dit probleem? Wat voelt de ander? Hoe kan je de emoties van de andere te weten komen? Hoe kan je kind met de eigen emoties omgaan?
     
  • Ook jouw emoties zijn belangrijk! Kook je van woede of wordt je overspoeld door verdriet? Dan wacht je best even om het probleem te bespreken met je kind. Wanneer je zelf (te) hevige emoties ervaart, kan je niet goed luisteren naar je kinderen.  
     
  • Bedenk samen oplossingen. Is de situatie duidelijk? Dan is het tijd om oplossingen te bedenken. Kinderen kunnen dit zelf, ook jonge kinderen. De bedoeling is niet om de perfecte oplossing te vinden, maar om te leren nadenken over problemen. Daarom moedig je best aan om zoveel mogelijk ideeën te geven. Hoe gek en creatief de oplossingen ook zijn, lach je kind niet uit en vermijd harde kritiek. Beloon daarentegen voor de inspanning!
     
  • Bekijk samen de voor- en nadelen van de mogelijke oplossingen om zo de beste oplossing te kiezen. Uiteraard is hier niet elke keer de tijd voor, en dat is ook niet nodig. Kies er eventueel één of twee uit om verder te bespreken en pas je aan de leeftijd van je kind aan: maak het niet te verwarrend of langdradig.
     
  • Bespreek de voor- en nadelen eerlijk. Zo zal “je vriendje op de grond duwen” een oplossing zijn die werkt om snel je bal terug te krijgen. Toch is dit niet de beste oplossing, want zo doe je de ander pijn, kan hij jou terug duwen en wil hij je vriend misschien niet meer zijn.
     
  • Volg de oplossing op. Werd de beste oplossing gekozen? Dan kan je achteraf vragen hoe je zoon of dochter het heeft aangepakt, hoe er werd gereageerd en hoe iedereen zich daarbij voelde. Bleek het niet de beste oplossing te zijn? Dan kan je vragen wat er anders of beter kan. Probeer uitspraken zoals “dat wist ik wel” of “ik zei het toch” te vermijden. Soms een echte uitdaging! Maar iedereen maakt fouten en bovendien zijn ze vaak de beste leerschool.

Praten tegen jezelf

Alle kinderen en jongeren komen in situaties waar ze niet meteen bij iemand terecht kunnen om te praten over tegenslagen, obstakels of problemen. In die gevallen kan positieve zelfspraak van pas komen. Vertel je kind dat het kan helpen om te praten tegen jezelf zoals “ik kan het”, “niet opgeven” of “ik ga ervoor”. 

Emoties leren herkennen en uiten

Jonge kinderen hebben nog niet geleerd om wat ze voelen om te zetten in woorden. Vaak weten ze geen blijf met hun boosheid of verdriet en krijgen ze drift- en huilbuien. Je kan je kind hierbij helpen:

  • Verwoord de emoties.

,,Ik zie dat je boos bent omdat je dit koekje niet mag opeten.”

,,Wat ben je aan het lachen! Jij bent vast heel erg blij met je nieuwe pop!”

,,Ik merk dat je de hele dag zo stil bent, is er iets gebeurd dat je van streek maakt?”

Merk je dat je kind boos, angstig, blij, enthousiast of droevig is? Benoem wat je kind voelt, denkt of wil. Zo help jij je kind om te gaan met gevoelens. Wanneer ze zelf begrijpen wat er gebeurt en in hun omgaat, kunnen ze meer spanning verdragen en het ook op een gepaste manier tonen: Zeggen waarom je boos bent in plaats van woedend op de grond te liggen stampen.

  • Benoem de signalen die aan een woede-uitbarsting of huilbui vooraf gaan. Hierdoor leren kinderen op tijd hun gevoelens begrijpen, wat ervoor zorgt dat ze deze beter kunnen uiten. 

Ook tijdens de adolescentie kunnen hevige emoties (opnieuw) voorkomen. De oorzaken zijn hier opspelende hormonen, lichamelijke veranderingen en een verdere ontwikkeling van de hersenen. Al deze veranderingen kunnen zorgen voor meer impulsief gedrag en hevige emoties die plots kunnen omslaan, zodat pubers vaak met hun gevoelens in de knoop zitten. 

Hoofd categorie: 
info_weight: 
2
Gezond opvoeden categorieën: